ontwerper | fotograaf | schrijver | lezingen | docent | actueel | realisaties | persoonlijk | contact
  De tuin als ruimte

Zo meteen zullen onze tuinen er in de winter weer bijna verlaten bijliggen en mogelijk zal een wit sneeuwdek alle structuur onzichtbaar maken. Dan blijft alleen de essentie van de tuin over, de ruimte. Ruimte die bepaald wordt door hoogstens enige randen in de vorm van hagen of struiken. Of ruimte die gemarkeerd wordt door enkele losse elementen die erin geplaatst zijn, zoals een boom in een grasveld, een beeld langs een vijverrand. Want het zijn inderdaad de dingen die in de ruimte staan, die voor ons aan die ruimte een betekenis geven.

Anders kijken
Immers de ruimte als leegte is moeilijk te ervaren, als we er niets in zien staan of liggen. Een lege houten vlonder zegt ons niet zo veel, maar diezelfde lege houten vlonder waar een zandemmertje is achtergebleven, vertelt plotseling een heel verhaal. Dat kleine emmertje staat opvallend in contrast met die grote lege vlonder, oftewel dat kleine kindje staat kwetsbaar in contrast met de grote vreemde wereld. Op die manier hebben wij geleerd naar de ruimte te kijken door er verhalen aan vast te knopen. Soms zijn het kleine lieftalligheden, zoals een zonnige open plek in een bos, soms zijn het grote griezels zoals het zien van een diepe afgrond.
Er zijn echter niet veel mensen die naar de ruimte zelf kunnen kijken. Ruimte is voor velen zoiets als stilte. Onverdraaglijk. Stilte, leegte, ruimte. Er wordt ons niet geleerd om met deze drie-eenheid om te gaan, om ze te verstaan. We herkennen maar moeilijk de schoonheid van een ruimte, van een plek, zonder naar de dingen op die plek te kijken. Toch schuilt er een grote poŽzie in de vorm van veel ruimtes, meer zelfs dan in de dingen die erin staan. Het is kwestie om het oog naar andere zaken te laten kijken dan wij gewend zijn.

Terras
Als voorbeeld kijken we naar het hierbij afgebeelde terras in het Openluchtmuseum te Arnhem. Als u achterin het park in de buurt van de kwekerij gaat struinen zult u er vanzelf terechtkomen. Het is geen terras dat is aangelegd om er aan tafel te gaan zitten of te barbecuen. Als we goed kijken is het eigenlijk slechts een schaduwplek onder de eikenbomen die een bepaalde vormgeving heeft gekregen. Enerzijds door de bestrating die door zijn contrast in kleur en materiaal heel erg in het oog springt, met daar omheen nog eens een vierkante vorm in dezelfde lichte tegels. Anderzijds doordat de bestrating is geplaatst in een omsluiting van verschillende hagen. Een wereld in een wereld. Binnen de schaduw en de koelte, buiten de zon en het licht. De stammen van de grote bomen geven op hun beurt nog eens een suggestieve markering aan, niet in het platte vlak maar in een verticale beweging. De contrasterende werking tussen steen en omringend groen spreekt ook duidelijke taal. Vervolgens zijn er heel subtiel twee houten bankjes geplaatst die uitnodigen om te komen zitten en te kijken. Nee, helemaal niet naar iets spectaculairs zoals een border of een waterval. Ze nodigen enkel maar uit om te komen kijken naar de ruimte van de plek zelf. Een gewone open plek. Geen tafel middenin met stoelen er omheen, geen kunstwerk of fontein, geen ouwe kar of koets. Enkel en alleen aan de rand een onopvallende zitplaats.
Er is mij verteld dat dit ontwerp uit louter toeval is ontstaan, zelfs zonder vooraf gemaakte tekening. De bomen stonden er natuurlijk al en de bestrating is met overgebleven tegels en klinkers uit de losse pols gelegd. Deze tuinlieden moeten over een geweldig sensitief gevoel voor ruimte beschikken, waar menig ontwerper jaloers op zal zijn. Maar misschien is een zo mooie ruimte alleen maar ter plaatse te maken en niet te ontwerpen?

Wirtz
Een tweede voorbeeld weerspreekt die gedachte. Hier zien we een stukje uit een ontwerp van de gerenommeerde Belgische tuinarchitect Jacques Wirtz. Velen kennen hem van zijn ontwerpen vol met weldadige en Rubensiaanse buxuswolken of van zijn elegante ontwerp voor de Tuileries te Parijs. Hier zien we een detail van de ingang van het Cogelspark te Schoten, een randgemeente van Antwerpen. Het park zelf is ook heel interessant om over te vertellen, maar we beperken ons in dit artikel tot de entree. Stelt u zich voor dat wij vanaf een drukke straat komen, tamelijk breed, met lange gesloten huizenrijen aan weerskanten, overal autoís geparkeerd en dan het park binnenstappen. Wij komen in de sfeer die u hier op de foto ziet. De straat ligt overigens rechts op de foto achter de struiken. Een dichte massa, met kleine smalle paadjes die ons dwingen de weg te volgen zonder dat wij zien waar we heen gaan. Deze foto is in het prille voorjaar genomen, zodat alles nog relatief licht is. Wirtz houdt ons hier gevangen, want pas verderop zal deze beplanting zich openen met lange zichtlijnen over wijde gazons, maar dat is hier nog niet te voelen. Maar kijk, hier in deze dichte massa opent hij het groen en creŽert er een ruimte in. Daarin speelt hij het spel van de ruimte in de ruimte van de ruimte. Vooreerst plant hij bodembedekkers, maar deze staan veel hoger dan het niveau van het pad. Als wandelaar komt men op een vreemde manier deze openheid binnen. Nee, dit is geen woordgrapje, men komt vanuit de massa het licht ingelopen en voelt dat als een binnenkomen. Waarschijnlijk omdat men in het hoofd nog altijd bezig is met een park in te lopen. In deze openheid plaatst Wirtz een tweede openheid, die van het stenen plaatsje met daarin een houten zitplaats. Deze zitplaats gaat op haar beurt weer open in een U-vorm. De loopvloer bestaat uit een natuurlijk materiaal, namelijk kasseitjes, die tegenover de groene bodembedekkers toch cultuurlijk aandoet. Ook hier, net zoals in het Arnhemse voorbeeld, een spel van contrasten. Deze ruimte heeft een grote intimiteit en doordat wij lager lopen maken wij schijnbaar geen deel uit van die ruimte, waardoor we ze objectief kunnen aanschouwen. Ook hier, net zoals in Arnhem, nodigt een zitbank uit om even te verblijven.

Ando
Als laatste een vergelijking met een ontwerp van de Japanse architect Tadao Ando voor het Vitra Museum in Weil am Rhein. Aan de rand van dit stadje liggen de gebouwen van de meubelfabriek Vitra. De gebouwen zijn door verschillende vermaarde architecten ontworpen. Ando werd gevraagd een klein congrescentrum bij te bouwen. Hij aanvaardde de opdracht slechts op voorwaarde dat hij het midden in een naastgelegen boomgaard mocht bouwen en dat die kersenboomgaard zou bewaard blijven. Slechts drie bomen moesten wijken. Van alle drie heeft Ando een bladafdruk bewaard in de betonnen tuinmuur die hij dwars doorheen de boomgaard plaatste. Op een vernuftige wijze speelt ook Ando hier hetzelfde spel als in de vorige voorbeelden. De muur geeft niet alleen vorm aan een tuin, hij bepaalt ook de loop van het pad. Ando laat de bezoekers die het gebouw naderen langs de muur lopen zodat rechts van hen steeds de openheid van de tuin ligt. Men dient de ruimte van de tuin ook hier dus te bekijken en niet direct te betreden. Ook ziet men dat de tuin maar een deel is van de hele boomgaard, die op zijn beurt weer omsloten wordt door een bos, dat doorloopt op de heuvels die de Rijnvallei omsluiten.

In alle drie de voorbeelden wordt de tuin op een bijna sacrale manier gebruikt. Niet om iets hogers of religieus uit te drukken, want het blijft juist allemaal heel concreet en aards; maar wel om iets poŽtisch te concretiseren dat schijnbaar in de lucht hing. Er ontstaat een harmonie tussen de bezoeker en de plek, de toeschouwer en de tuin, een samenspel dat is gebaseerd op schoonheid.

Michel Lafaille   


 

© Michel Lafaille 2017