ontwerper | fotograaf | schrijver | lezingen | docent | actueel | realisaties | persoonlijk | contact
  Een doodgewoon stadje
          Liefelijk Sézanne


Wat kan ik u vertellen over Sézanne, dan dat het een liefelijk stadje is. Een heel doodgewoon stadje, zoals men ze wel eens tegenkomt, onverwachts op een reis, onvoorbereid bij het binnenrijden.
‘Zullen we even stoppen’ vraagt een van de medereizigers ‘om hier iets te drinken?’ Of het busje moest worden bijgetankt of een boodschap moest gedaan. En ineens is het er dan, zo’n stadje. Onvermoed en tot zojuist niet bestaand in de verbeelding. Maar als men dan later, soms jaren later, de naam ervan nog eens hoort, in een gesprek met een onbekende of tegenkomt als een nieuwsitem in de krant of op de televisie dan denkt men met warme weemoed terug aan die plotse onbedachte ontmoeting waarbij men van de ene verwondering in de andere viel.
Zo ook met Sézanne, naam die men schrijft met een S en niet met een C zoals die van de kunstschilder Paul Cézanne. Sézanne is een klein stadje in de Champagne dat amper 5.585 inwoners telt, waarvan de meeste actief zijn als bediende of arbeider, met een klein groepje zelfstandigen, een nog kleiner groepje werklozen en een nog kleiner groepje intellectuelen. In die beroemde streek liggen ook steden als Reims, Troyes, Châlons-en-Champagne, Epernay of Romilly sur Seine, maar daar waren we op voorbereid. Die beelden droegen we al op voorhand in onze geest mee, die kenden we eigenlijk al zonder ze gezien te hebben. Tot er dan ineens Sézanne was.

Dwalen
We parkeerden naast de grote kerk Saint-Denis en zochten een terras op. Oh kijk daar en zie ginder, klonk het al snel in ons gezelschap en die of gene moest nog een boodschapje doen of iets kopen en zo gebeurde het dat we in kleine groepjes van twee of drie door het stadje dwaalden, elkaar onverwachts weer ergens tegenkomend en de andere kant opsturend naar iets wat daar te ontdekken viel. De een zocht een supermarktje voor ‘van die ingemaakte pasteitjes’, de ander een winkeltje voor ‘een speciaal cadeautje’, de derde een batterij voor de camera. Maar uiteindelijk vonden de enen een binnentuin zoals zij nog nooit gezien hadden, de anderen een middeleeuwse straatbeek met een watermolen, de derden de kleine gezellige straatjes met die aller-charmantste patisserie.
En iedereen stuurde de ander daarheen waar hij net vandaan kwam, allen wisselden foldertjes uit van de plek die ze net ontdekt hadden en lieten aan het andere groepje foto’s zien op het digitaal schermpje om elkaar te overtuigen dat daar ginder toch echt wel iets heel bijzonders te zien was.
Kortom, deze korte reisstop die helemaal niet voorzien was, groeide uit tot een ontdekkingstocht voor de enen en een flânerie voor de anderen.

Tijd
Neen, Sézanne is niet groot, maar door de kleine juweeltjes die er te ontdekken zijn moet men er wel de tijd voor nemen. Zo is er de wandeling omheen de oude stadskern, langs de vroegere stadswallen die nu maliebanen zijn geworden met hun mooie namen als Les Cordeliers, Les Religieuses, Provence, Marseille en Mont Blanc. Ze staan nu beplant met geknotte lindes en paardenkastanjes met daartussen gesnoeide coniferen, refererend naar de vroegere kantelen waar de soldaten trouw op hun post op wacht stonden. Tezamen vormen ze een wandelpad van wel 1,5 kilometer waarin natuur en geschiedenis samenvloeien..
En wandelen kan men in Sézanne, ook door de smalle straatjes en steegjes, met pittoreske namen zoals La Queue du Renard, of Ruelle aux Chats, of Ruelle Cogne-Fort. Vanuit de straatjes van het stadje is er te genieten van prachtige vergezichten over de landschappelijke omgeving die vooral bestaat uit heuvels die begroeid zijn met wijngaarden of akkerlanden die de stad in lijken te groeien. Ik blijf om de paar meter staan om weer een ander - in mijn gedachten een nog mooier - doorkijkje te fotograferen.
De meeste gevels van de huizen geven een gesloten indruk vanwege de ramen met hun dichte luiken, maar bieden door verweerde schilderingen en amper leesbare beletteringen een rijkdom voor de geest, omdat de oude geschiedenissen bij het lezen ervan weer herleven. Daar was de Pharmacie, ginder een Maison de confection en hier een Maison de Couture. Met gekrulde letters staat er Confiance et Service, en ik kan nog met moeite lezen Revêtements de Sols.
Maar de mooiste inscriptie is waarschijnlijk de oudste, te vinden op een patricierswoning. Het is een zonnewijzer uit 1783, met een tekst van niemand minder dan Horatius, de klassieke Romeinse schrijver:
‘Tu quam cumque Deus
Tibi fortum averit horam
Grata sune manu’

(A quelqu’heure que les dieux t’envoient le bonheur, reçois-le avec gratitude).

Tuin
Mijn fototoestel blijft klikken maar zelf word ik er wel stil van. Vanmorgen bij het ontbijt hier ver vandaan had ik niet gedacht via een Latijnse tekst met mezelf geconfronteerd te worden.
Ik loop blij gezind verder en kom een volgende verrassing tegen. Onderweg waren mij de smalle lange gebakken metselstenen al opgevallen die hier overal in de gevels verwerkt zijn, een typisch product van de streek, dacht ik. Dezelfde bakstenen waren mij ook al in Troyes opgevallen. Ik zie ze weer bij een oud, vervallen en verlaten gebouw, dat wonderlijk versierd is op een zeer vrouwelijke en gezellige manier, met honderden geraniums in alle kleuren. Enkele van mijn reisgenoten komen op dat moment uit het gebouw te voorschijn en wenken mij naar binnen. Ze kennen mijn liefde voor tuinen en vertellen dat dit het huis van de oude posterij is, in bezit van de gemeente, die er voorlopig geen functie voor heeft maar wel de tuin onderhoud. Inderdaad is de achtertuin, die veel lager ligt en weer uitkomt op de oude wallen, van een feeërieke schoonheid en verstilling. Oude vergeten planten groeien er zoals Saxifraga, Campanula en Buxus. Omhoog de oude boom in klimt een Engelse roos. Enthousiast schrijf ik in mijn notitieboekje. Hier zouden Nederlandse gemeenten een voorbeeld aan kunnen nemen, om niet allen leegstand tegen te gaan maar de stad te verrijken met kleine stadstuinen.

Bijzonder
Maar het hoogtepunt van deze ontdekkingstocht was voor mij toch een andere tuin, gelegen achter een decoratiewinkel in de rue Léon Jolly, waar twee interieurarchitecten een exclusieve privéwereld hebben gecreëerd, verwijzend naar de Franse levenswijze, de joie de vivre. Geraffineerd en smaakvol, elegant en hoogstaand. Entre Cour et Jardin, heet de tuin en ik noteer dat er een website met dezelfde naam bestaat. Het ontwerp van deze tuin en de minutieuze vormgeving spelen met de tuinhistorie, geven een lichte decadentie aan de buitenruimte en roepen gedachten op aan lang vervlogen feesten. Het is een heerlijke plaats om te vertoeven, inspirerend in dit bijzondere stadje.

Terug bij de kerk Saint Denis, waar we met het reisgezelschap weer compleet zijn, ontstaat enige discussie of wij de kerk wel of niet zullen bezoeken. ‘Er is geen tijd meer, de toren is 42 meter hoog, de kerk is uit de zestiende eeuw, neen man ze zijn in de elfde eeuw al begonnen, je ziet van daarboven de hele omgeving, we moeten verder, de glas-in-loodramen zijn wereldberoemd, terwijl zonet nog niemand van Sézanne had gehoord en we alleen maar koffie gingen drinken, die zijn uit 1547, laten we naar het hotel gaan...’.
Ik besluit om niet naar binnen te gaan en de anderen te laten doen wat ze zelf willen, want dat bezoek zou Sézanne voor mij laten verworden tot een gewone halteplaats op reis waar men gedwee en braaf de kerk en de bezienswaardigheden bezoekt, zoals voorzien in het programma. Neen, ik wil dat dit stadje een bijzonderheid zal blijven in mijn herinnering, niet om over te kunnen vertellen of om over te schrijven, maar om te koesteren als een dierbaar souvenir van een onverwachte plek zoals men ze soms wel eens tegenkomt onderweg, net zoals men soms wel eens bijzondere mensen ontmoet, onverwachts, zonder het op voorhand te weten of te hebben voorzien. Mijn liefelijk Sézanne, een doodgewoon stadje.

Michel Lafaille   


 

© Michel Lafaille 2017