ontwerper | fotograaf | schrijver | lezingen | docent | actueel | realisaties | persoonlijk | contact
  De vergeten verzameling

Bij het opruimen van de zolder kwamen ze tevoorschijn. Ach, het was eigenlijk geen opruimen, het was veel toevalliger dan dat; er moest iets gezocht worden dat zich daar boven bevond en daarvoor moesten een paar zaken aan de kant geschoven worden. Om dat ordentelijk te doen, dienden er eerst wat andere spullen opzij gezet en zo voort. Zo werd alles van zijn plaats gehaald en eens bekeken.
Hetgeen gezocht moest worden bleek niet vinden – al had het hier laatst nog gelegen – maar met al dat gerommel kwamen wel een paar vergeten dingen te voorschijn die eigenlijk een beter lot verdienden dan daar in de vergetelheid te blijven liggen.
De meeste spullen zouden na twee of drie dagen weer terug op zolder geraken, maar in elk geval mochten ze nu even mee naar beneden om aan de huisgenoten te laten zien en ze kortstondig een plekje in de huiskamer te geven. Een lamp voor op het bureau, een schilderijtje voor de hal, een nooit gebruikte groentepers. Waarom leken ze in het halfduister van de zolder zoveel charmanter dan in het licht van de woonkamer?
Er stond ook een glazen visbokaal tussen, dik en rond als een grote kerstbal, met een gekartelde rand bovenaan. De grote kom was bijna helemaal gevuld met lucifersdoosjes. Eigenlijk geen doosjes maar mapjes, luciferboekjes. Vroeger lagen ze in elk café en restaurant, in hotels en congreszaken, zelfs in de betere winkels of kantoren van verzekeringsmaatschappijen. Toen er nog asbakken stonden. In de taxi kreeg je ze mee, bij de slijter of in het vliegtuig. Het waren uitdrukkingen van burgerlijk genoegen, confirmaties van stijl of etiquette. Je ziet ze nooit meer.
Misschien zijn ze samen met de genoegens van het roken, de rustgevende sigaret bij de koffie en de vertrouwde kringelrook bij elk gesprek, ook verdwenen uit onze beschaving. Zoals het suikerzakje. Want dat zie je ook niet meer en wordt niet meer geserveerd bij de koffie. Nog een bevestiging van burgerlijk fatsoen, het ingepakte suikertje, keurig en ordentelijk op maat geleverd, of in een zakje, met een wens van het huis erop gedrukt, een welkomstwoordje, een smakelijk eten in een vreemde taal of simpelweg de afbeelding van het etablissement met bijhorende adresgegevens en telefoonnummer. Waardoor men na de vakantiereis thuis kon nalezen waar er zo allemaal gestopt was en wat men had meegemaakt (weet je nog, dat zonnige terras in Marseille en dat chique café toen het zo regende?). Neen, nu liggen er twee witte klontjes op het schoteltje, of zoekt de ober een suikerpotje op een andere tafel.
Door het idee dat men ze later nog nodig zou kunnen hebben lieten de lucifers zich meenemen en door hun verschijning, hun kleuren en verschillende afbeeldingen, lieten ze zich bewaren tot een verzameling. Veel mensen waagden zich aan een dergelijke verzameling waarbij het niet duidelijk was of het daarbij ging om de souvenirs van de plekken of slechts om een blinde collectiedrift. Maar het werden er teveel en er zat geen systeem of collectief waardeoordeel in, men kon niet ruilen of een serie compleet maken en wat voor de een iets betekende was voor de ander zonder inhoud en daardoor kwamen ze uiteindelijk allemaal op zolder terecht.

Nu liggen ze hier weer op tafel, als verwijzingen naar vervlogen jaren. Ze nodigen uit om hun voorzichtig op te tillen, om hun voor- en achterkant te bekijken, bij allemaal zo verschillend. Langzaam een voor een, dan nog een, dan nog een ander. Een hotel, een bioscoop, een bar voor late uurtjes. Allemaal herinneringen. De namen verwijzen naar mooie plaatsen, kleine belevingen, intieme gebeurtenissen. Parijs, Lyon, Keulen, Besançon, Geneve, New York, Bordeaux,… Het zijn er tientallen, misschien wel een paar honderd bij elkaar. Daarbij zijn het niet de steden die herleven, maar de plekjes zelf, de cafés en restaurants, de bistros en hotels, verre oorden waar onderweg halt werd gehouden om er even te vertoeven, iets lekkers te nuttigen of te overnachten.
Bij het openen van een boekje ziet men de luciferhoutjes netjes op een rij, als soldaatjes. Hun rode zwavelkopjes staan als brave hoofdjes in het gelid. Het ruikt vaag naar solfer en stof.
Zo opengeklapt is het mapje ineens een instrument, waar iets mee gedaan moet worden. Maar daarmee is de betovering weg en de verbinding met het verleden verbroken. Dus snel weer dicht, zodat de namen gaan spreken.
Bomotel Dijon Sud, staat er, Grill- Bar. Neen, er komt niets terug, het is te lang geleden. Café du Mont Sint Michel, ja dat nog wel. Het was in dat straatje omhoog. Koffie met appeltaart uit de diepvries, niet ontdooid. Dat was de schuld van al die bussen met Japanners, zei de ober.
Hotel de la Gare in Cavaillon, de sfeer van de Midi en de miljoenen meloenen. Le Grand Hotel de l’Europe in Besançon, op doorreis naar de Alpen. Hotel du Roc in Rocamadour, met het ‘son et lumière’ spektakel. Het Frantel in Mâcon of Le Fou du Roi in Nantes. Een voor een komen ze allemaal even terug. Al die reizen, al die omzwervingen, al die doortochten. Met wat vrienden in de eerste auto door Frankrijk, maar zelfs daarvoor nog, alleen liftend op avontuur. Veel vriendelijke mensen, gastvrij en praatgraag. Le café au lait, het verschil tussen een baguette en een flûte, de eerste pastiche, de typische reuk van een Gitanes-maïs onder de platanen.
Toen op huwelijksreis en daarna bescheidener met de kinderen op vakantie. La Douce France bleef trekken en werd bijna een pays d’enfance. De aard van de reizen verlegde zich, de camping werd een klein hotel en toen een wat luxer oord. De natuurwandeling werd een museumbezoek en het streekbezoek veranderde in een stedentrip. En dan ineens, Restaurant Fouquet’s in Parijs, een paar jaar later, en het Hilton naast de Eifeltoren. Maar ook dat is relatief, want het lucifermapje maakt reclame voor de kleurentelevisie op elke kamer.

Vijfentwintig jaar reizen, vijfentwintig jaar herinneringen, tezamen in honderden lucifersboekjes. Is het allemaal te bevatten? Het meeste is vervlogen tot een naam, een opmerking, een kort moment. Al die uren genieten aan de tafels, al die uren wandelen in de straten, al die uren onderweg in de auto of de trein, pfff, weg. Gereduceerd tot enkele hoogtepunten, wat foto’s en vergeelde landkaarten.
En waar zijn de teleurstellingen? Zijn die ook bewaard? Neen, daar horen geen lucifertjes bij. Het gekibbel om de verkeerde afslag, de onvoorzichtige zonnebrandplekken, de pijnlijke voeten. In Brest regende het gelukkig niet maar was het koud, in Vesoul was niets te zien, in Avignon al het geld gestolen. In Bordeaux brak de uitlaat van de auto, in Dieppe jouw rechterarm. In Gap was de benzinetank leeg, in Caen kregen we onze eerste echtelijke ruzie. In Neufchateau was het hotel vol en onze reservering kwijt, in Cosne-Cours-sur-Loire werden de kinderen ziek en in Frontignan belden ze me voortdurend van de zaak. Geen van al die dingen hebben we onthouden, want de mens vergeet het negatieve, alleen het positieve en de schoonheid blijven bestaan.
Maar net zoals de bekende soepblikken van Andy Warhol, die wel refereren naar soepblikken die in het echt bestaan maar nooit honger of lust bij de kijker oproepen, zo zullen deze lucifermapjes geen verlangen doen ontstaan om terug te keren naar de plek waar ze aan appelleren. Want door hun oubollige vormgeving, hun ouderwets lettertype, hun iconografie van de geïdealiseerde wereld, beseft de kijker dat die wereld al lang vervlogen is.

De lucifertjes zijn nog net als toen, onveranderd sinds de dag dat ze zijn meegenomen, maar de wereld is veranderd, de mens is veranderd, de tijden zijn veranderd. Zeer waarschijnlijk zal ook het restaurant, het café of het hotel zijn veranderd. Men zou er binnenkomen en niets meer herkennen, door niemand verwelkomd worden. Misschien zou het gesloten zijn en niet eens meer bestaan en nog slechts bekend bij de gepensioneerde postbode.
De luciferstokjes vormen geen verbinding meer met de bezochte plekken, maar vertegenwoordigen nog wel de enige connectie met vroeger, met het moment van toen, zoals het op dat ogenblik bestond.
Precies zoals bij een foto, maar zelfs nog sterker, zoals bij een relikwie. Ze laten ons denken aan onszelf, aan wie we toen waren, eens, lang geleden, in het decor van steden en dorpen waar we verbleven. Aan hoe de wereld was, onze verwachtingen, onze idealen. Met een toekomst waar nog niets van bekend was maar die nu al heeft plaatsgevonden, anders dan verwacht. Dat vage vertrouwde wat wordt opgeroepen, dat zijn wij zelf, hoe we waren, toen, ginder, lang geleden. Of in elk geval wat we er nog van weten. Maar met wie of waarom we er waren, op welke reis of in welk jaar, dat doet er allemaal niet meer toe.
Langzaam en gestaag, in stukjes en beetjes komt het allemaal weer terug, in flarden en fragmenten. Met veel weemoed aan wat voorbij is, maar toch gelukkig het allemaal te hebben meegemaakt. Het is een geluk om te koesteren, om even in te blijven hangen, maar zeker niet elke dag en niet te lang. Het is een onbestemd heimwee dat men heeft naar iets dat voorbij is en nooit terug zal komen zoals het was. Een droeve nostalgie die een aangenaam gevoel oproept. De herinnering aan het verlorene. Daarom zal morgen de bokaal met de lucifers toch weer voorzichtig naar boven gedragen moeten worden.

Michel Lafaille   


 

© Michel Lafaille 2017